Finger spitzen gefühl

Print isn’t dead. It just smells funny.


Simon Adriaensen Student Taal- en Letterkunde in Gent, cultuurveelvraat
en zo af en toe
ook recensent.

Liked

More liked posts

Liverpool in 10 beelden

Albert Dock

Hier kan iedereen zich thuis voelen. Langs het water vind je mooie uitzichten, bars, winkels, restaurants en zelfs een paar musea, waaronder de lokale afdeling van Tate. Ook wie in de dokken op zoek zou zijn naar een yellow submarine, komt aan zijn trekken met de het Beatlesmuseum The Beatles Story.

Metropolitan Cathedral of Christ the King

Midden in Liverpool staat een eigenaardig stukje moderne architectuur, een kerk. De kathedraal is een merkwaardig spel van vormen vanbuiten en van licht en kleur vanbinnen. Hoewel misschien niet iedereens cup of tea, is het zeker de moeite waard om van naderbij te verkennen.

Echo Wheel & Echo Arena

Als je een hele dag gewandeld hebt en je voeten nood hebben aan wat rust, is het Echo Wheel-reuzenrad the place to be. In deze London-Eye-van-het-noorden kan je rustig genieten van het uitzicht zonder zelf één stap te moeten zetten. ’s Avonds gaan is een aanrader, want dan wordt de toren omgetoverd tot een lichtjesfestival. Wiens benen het nog een tijdje kunnen volhouden, kan daarna nog een concert meepikken in de Echo Arena.

Radio City Tower

Wie graag een paar foto’s trekt vanuit de uitzendtoren van een radiostation is bij de Radio City Tower aan het juiste adres. Studenten worden voor 4 pond naar het hoogste panorama in Liverpool gekatapulteerd.

The Cavern Club

Dit is de bakermat van de Britse popmuziek. Sta in de Beatles’ schoenen op een plaats waar hun muzikale identiteit werd gevormd. Meestal wordt er live muziek gespeeld, uiteraard voornamelijk met Beatlesongs. Het publiek is jammer genoeg voornamelijk iets ouder, dus verwacht geen al te wilde feestjes.

Welkom in Huddersfield.

Huddersfield, de thuishaven van Simon Armitage, Huddersfield FC en gele baksteen. Mijn uitvalsbasis voor de komende drie maanden valt net buiten de categorie ‘10 grootste dorpen van Groot Brittannië’ – Huddersfield is 11de.

Ons dorp heeft veel te bieden aan zijn bevolking, alle mogelijke supermarkten zijn bijvoorbeeld aanwezig. Sommige zijn zelfs open tot middernacht. Hier staat dus hoogstwaarschijnlijk de grootste nachtwinkel uit mijn leven. Natuurlijk zijn ook de obligatoire Engelse beroemdheden als de rode telefooncellen en de dubbeldekkers present. Verder is er een grote winkelstraat en een beetje verderop een zo mogelijk nog groter winkelcentrum. De oorsprong van deze indoor koopdrang is in elk geval niet ver te zoeken: het klimaat is niet bepaald aangenaam te noemen.

Dat winkelcentrum is al dan niet strategisch recht tegenover de universiteit gebouwd – hier vanuit haar minst flatterende kant getrokken. De universiteit heeft alles wat je maar kan bedenken: een bar, een crime scène room, een mock court en zelfs een tv studio. Al zou je voor £8000 studiegeld per jaar niet minder verwachten.

Last but not least: het busstation, waar de bus je in één van de 26 standen komt oppikken, want als 11de grootste dorp mag je zo nu en dan al eens pretentieus doen.

 

We zijn deze week ook naar Newcastle en Edinburgh geweest.

Edinburgh is een van de mooiste parels die ik al gezien heb. Alles heeft een middeleeuws tintje en toch ziet de stad er proper en levendig uit zowel. Bovendien verandert de stad ’s nachts in een sprookje waar je je ogen de kost worden gegeven. Net als in Engeland , hebben ook de Schotten zo hun gewoontes. Dus heb ik Schotse haggis geprobeerd: schapenmaag, gevuld met stukjes hart, long, lever, niervet en havermout, wat om eerlijk te zijn naar gehakt met ajuin smaakte.

De schotten houden erg van hun tradities. Dingen waarvan ik dacht dat het toeristische gimmicks waren, bleken er effectief de realiteit. Museum suppoosten, bewakers van het parlement, ze lopen er allemaal rond in een kilt of in een broek met dito patroon. Ook doedelzakken zijn er dagelijkse kost, al nemen anderen die traditie dan weer iets minder serieus.

Tot slot zijn we ook nog naar een arthouse cinema geweest waar de cinema zelf bijna even hard de moeite waard was als de film. Een mooi einde van een mooie eerste week in de UK.

imageimageimageimage

Titel: Dit zijn de namen // Auteur: Tommy Wieringa // Uitgever: De Bezige Bij // Jaar: 2012 // 301 pagina’s // ISBN: 9789023475712

Dit zijn de namen, het zou de manier kunnen zijn waarop de genomineerden van de Gouden Boekenuil op 4 mei worden voorgesteld in de Vooruit, al zou het evengoed de winnaar van dit jaar kunnen aanduiden. In zijn genomineerd boek Dit zijn de namen toont Tommy Wieringa op twee totaal verschillende manieren een zoektocht naar religie in de grijze hedendaagse wereld in één gepolijst verhaal.

Michailopol is een verwelkt grensstadje in de steppe van Oekraïne. Het stadje is letterlijk en figuurlijk een van de koelste plaatsen op aarde: cynisme, corruptie en onverschilligheid zitten er op de troon.

Pontus Beg, hoofdpersonage en 53-jarige politiecommissaris ter plaatse, leidt er een erg ordinair bestaan. Het enige dat er voor hem nog echt nog toe lijkt te doen, is de maandelijkse dosis seks met zijn huishoudster. Een sprankeltje leven duikt op wanneer hij de oudste en enige Jood van Michailopol ontmoet. Een liedje uit Begs kindertijd blijkt namelijk Jiddisch te zijn.

Terwijl Beg zit te puzzelen en piekeren over zijn vermeende Joodse afkomst, voegt Wieringa passages in over een horde ellendige vluchtelingen die smachten naar een draaglijker leven over de grens. Ze hebben alles achtergelaten om aan een beter leven te beginnen, maar dat leven is verre van in zicht. Dolend door de steppe wordt het een survival of the fittest.

Door de verstrengeling van deze twee verhalen neemt het boek een wel erg lange aanloop. De toedracht van het verhaal blijft namelijk tot ver over de helft onduidelijk. Dit betekent enerzijds dat Wieringa erin slaagt om veel en duidelijke achtergrondinformatie te geven over alle personages, zodat het tweede deel van het boek des te gruwelijker, spannender en begrijpelijker is. Anderzijds lijkt het verhaal pas erg laat op gang te komen, waarbij het 180 pagina’s in het duister tasten blijft over de waarde die elk hoofdstuk toevoegt aan het verhaal.

De plot wordt dus pas echt interessant wanneer de twee werelden beginnen worstelen met elkaar. Amper nog mens, komen de vluchtelingen de stad binnengestrompeld op zoek naar alles wat eetbaar is. Na verschillende klachten pakt Beg de zwervers op om in hun bagage een lugubere ontdekking te doen. De commissaris zoekt daarop een evenwicht tussen zijn sympathie voor de groep (vanwege de parallellen met de Joodse doorzwerving in de woestijn) en zijn vastberadenheid om de misdaad die de groep gepleegd heeft op te lossen.

Met dit boek gooit Wieringa de gruwelijke realiteit recht in je gezicht; geen detail wordt gespaard. Hij beschrijft rottende lichamen, pijn, verdriet, radeloosheid en racisme, maar ook hoop en doorzettingsvermogen en hij doet dat zo accuraat dat je inlevingsvermogen behoorlijk wordt geprikkeld in een toch niet zo vanzelfsprekende roman. Eén ding is in elk geval duidelijk, Wieringa verlegt grenzen in dit verhaal.

Mot-dièse bekt niet

De woorden ‘twitter mee’ met bijbehorende hashtag lijken meer dan een eendagsvlieg in het Vlaamse tv-landschap. Wie ijverig twittert, heeft dan ook al menig hashtag achter de kiezen. Het blijft zelfs niet bij Twitter: ook Instagram, Pinterest, Tumblr en binnenkort zelfs Facebook gaan voluit voor het woord na het hekje. Iedereen die enigszins kaas gegeten heeft van het internet is vertrouwd met hashtags. Behalve de Fransen, als het van hun overheid afhangt althans. Enkele weken geleden stelde de Algemene Commissie voor Terminologie en Neologismen in het Franse staatsblad namelijk de officiële vertaling voor: mot-dièse. Die vertaling wordt verplicht voor alle communicatie in overheidsdiensten. Een ouderwetse poging om de aanwezigheid van het Frans op het web op te drijven.

Taalverandering valt erg moeilijk te sturen. Taal wordt bepaald door zijn gebruikers: als zij kiezen om een woord niet te gebruiken, zal het nooit volledig ingeburgerd raken. Dat de Commissie vroeger wél succes had, is hier dan ook aan te wijten. Technologie werd in die tijd namelijk toegankelijk voor het grote publiek en Engels had nog niet zozeer de status van lingua franca die het vandaag heeft. Een à twee decennia geleden had het gros van de Franse bevolking echt behoefte aan deze neologismen. Woorden als ordinateur (computer), logiciel (software) en puce (chip) vonden zo een thuis in de Franse woordenschat.

Sinds de opkomst van het internet loopt de Commissie echter achter op de feiten. De oorspronkelijke Engelse termen voor nieuwe internetfenomenen verspreiden zich al in Frankrijk vooraleer de Commissie kan ingrijpen. Door deze late reactie kan de ‘officiële’ computerterminologie hoogstens een plaats náást het oorspronkelijke Engelse begrip veroveren. Mot-dièse is daar een toonbeeld van: Twitter biedt zijn diensten immers al in het Frans aan sinds eind 2009. Nu nog met een vertaling voor hashtag aan komen draven, mag dus rijkelijk laat genoemd worden. Bijgevolg functioneert de mot-dièse nu als het kleine broertje van de hashtag. Zo toont een vergelijking op Google aan dat het woord hashtag in de afgelopen maand ruwweg vijftien keer meer gebruikt werd dan mot-dièse op Franse websites. Het gros van het Franstalige Twitter bedankte dan ook meteen voor de term toen het nieuws bekend werd.

De grote vertraging is evenwel niet het enige probleem waarmee de officiële vertalingen te kampen hebben. Ook de vertaling op zich deugt niet altijd. Zo opteerde de Commissie voor de term bloc-notes om blog te vervangen. In puur technisch opzicht is blog inderdaad perfect vervangbaar door het woord bloc-notes, maar wanneer er wordt verwezen naar niet-materiële dingen worden de zaken gecompliceerder. Zo heeft un auteur de bloc-note absoluut niet dezelfde connotatie als un blogueur. Ook mot-dièse is ongelukkig vertaald: het dièsekruis uit de muziekwereld (dièse) is namelijk niet hetzelfde als het hekje dat gebruikt wordt in de hashtag (#). Een beter alternatief zou bijvoorbeeld mot-clic zijn, een combinatie van mot-clés en clic, een woord dat al in gebruik is in Canada. 

Ten slotte zijn de woorden die de Franse bevolking voorgeschoteld krijgt vaak veel langer dan hun Engelse equivalenten. Zo wordt RSS bijvoorbeeld flux de dépêches en cookie témoin de connexion. In een samenleving waar alles sneller moet gaan, beknopter moet zijn en elk woord er één te veel is (kijk bijvoorbeeld maar naar de 140 tekens-limiet op Twitter), zijn die woorden bij voorbaat een verloren zaak. Hoewel mot-dièse niet zo een uitgesproken geval is, telt het toch dubbel zoveel lettergrepen als hashtag en is het in elk geval omslachtiger om te schrijven.

Pittige pointes in een schapenvacht

imageimageimageimage

Titel: Eva’s Gedacht // Auteur: Eva Mouton // Uitgever: De Bezige Bij Antwerpen // Jaar: 2013 // Verkoopprijs: € 17,50 // ISBN: 9789085424338

“Lachen, hé Henkie! ’t Is voor de cover.” Met lachen zal goudvis Henkie in elk geval geen probleem gehad hebben, want Eva Mouton bedelft haar lezers onder een vracht van gevatte opmerkingen en snuggere pointes.

Eva’s gedacht is een luchtige mix van de tekeningen die de Gentse illustrator tijdens het afgelopen jaar losliet op het toen nieuwe weekblad van De Standaard. Het zijn kleine bedenkingen, herinneringen of first world problems die ze kneedt tot licht verteerbare strips. Al is strip misschien niet helemaal het juiste woord: de tekst speelt een opvallende hoofdrol in dit boek. Eva maakt eigenlijk “getekende columns”, zoals de achterflaptekst het passend verwoord.

Maar hoezeer de tekst ook met de hoofdrol gaat lopen, het zijn Eva’s illustraties die je aandacht in één oogwenk opslorpen. Eva’s stijl is dan ook zeer herkenbaar: haar tekeningen lijken erg spontaan getekend en ze onderlijnt haar tekst bijna altijd met de losse hand, in fluo tinten dan nog. Het hele boek is trouwens een explosie van kleur. Dit maakt niet alleen dat haar strip direct opvalt in de krant, maar ook dat haar boek een consistent geheel vormt.

Dat geheel is onder meer te danken aan de elegante vormgeving. Door het ontwerp redelijk sober en onopvallend te houden, komen de tekeningen volledig op de voorgrond. Toch is dit boek alles behalve saai qua vormgeving. Eva speelt verschillende keren met de bladspiegel, verwijst naar andere pagina’s met pijltjes en illustraties en zorgt bovendien voor verademende afwisseling met van commentaar voorziene foto’s, bladvullende illustraties en ietwat verweesde teksten.

“Eva Mouton tekent, schrijft en maakt dingen” zegt de cover tenslotte nog. Eva Mouton maakt echter niet enkel dìngen, ze maakt ook je dag. Door haar relativerende zelfspot, herkenbare ideeën en pittige pointes weet ze een glimlach op ieders gezicht te toveren. De dag waarop Eva haar eerste corrigerende broek kocht is daar een eersteklasvoorbeeld van: “Toen het hele land krampachtig politieke oplossingen aan het uitdenken was, stond ik thuis voor de spiegel mijn eerste corrigerende broek te passen. Op het eerste gezicht corrigeerde de broek nogal weinig. Dus oftewel kocht ik de broek te groot, oftewel is mijn lichaam gewoon al goddelijk van zichzelf. Met beide hypotheses valt, vind ik, wel te leven.”

Dit boek lees je niet één keer. Het is er een om te koesteren en van tijd tot tijd opnieuw vast te pakken, of het nu is om de fijne teksten te herlezen of gewoon naar de prentjes te staren. En als dit alles je nog steeds niet overtuigd heeft om Eva’s gedacht een plaats in je boekenkast te geven, kan het meegeleverde stickervel je misschien alsnog over de streep halen.

De lange weg naar de Boekenbeurs

“Een roman schrijven, dat kan iedereen.” Aan die zin heeft menigeen zich al laten vangen. Gebrek aan inspiratie, minderwaardigheidscomplex of uitstelgedrag. Wie al eens een poging heeft ondernomen, kent het vast allemaal. Wij richtten onze pijlen op enkele anciens in het vak en vroegen hen om tips. 


De moeilijkste kwestie is volgens Hugo Matthysen inspiratie. Waar haal je ze in godsnaam vandaan? Wachten op inspiratie heeft geen zin, vindt hij. “Het is gewoon een kwestie van eraan te beginnen. Een boeiende openingszin kan al erg veel doen en dan schrijft de rest van je boek zich quasi vanzelf.” Hij probeert zich ook vooral te focussen op één situatie of één beeld, dat vervolgens zijn vertrekpunt vormt. Die situaties zijn overal, weet Luc Deflo. “Een krant, een persoonlijk verhaal van iemand. Noem het maar op. De hele wereld kan je inspiratiebron zijn.”

Dat geldt ook voor Herman Brusselmans: “mensen, steden, liefde of de dood, alles kan een vertrekpunt zijn voor een roman.” Brusselmans beschouwt inspiratie evenwel niet als het grootste struikelblok, maar wel wat je met die inspiratie doet. Er zijn namelijk duizenden manieren om literair gezien iets met je inspiratie te doen. De truc is echter ervoor te zorgen dat al je puzzelstukjes mooi in elkaar vallen om een verhaal te vormen. 

Die puzzelstukjes mooi in elkaar laten vallen, dat doet Brusselmans absoluut niet graag met steekkaartjes, tabellen of consorten. “Begin gewoon te schrijven”, tipt hij. Zelf weet hij ongeveer vanaf pagina 40 waar hij naartoe wil met een boek. Dat is voor hem dan ook het moment waarop de personages min of meer vastliggen.

Deflo vindt organisch werken een risico. “De plot dreigt zó ingewikkeld te worden dat enkel de schrijver zelf hem nog begrijpt en dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.” Systematisch werken is dus de boodschap. “Maak een bijbeltje over de personages: wat vormt hun leven en hun achtergrond? Wat zijn hun eigenaardigheden? Zo ken je je personages al van meet af aan een stuk beter.”

Ook Dirk Bracke houdt wel van een schema. Zijn tip: “als je chronologisch te werk gaat, schrijf dan in puntjes op welke dingen je graag in je roman ziet terugkomen zodat je een ruggensteun hebt tijdens het schrijven.”

Tot slot geeft elke schrijver nog één essentiële tip om in het achterhoofd te houden tijdens het schrijven zelf. Zo vertelt Brusselmans dat alles begint met veel lezen en schrijven.” Zorg ervoor dat je bijleert van wat je leest en maak je vooral niet druk om beïnvloed te worden door wat je leest, want het belangrijkste is dat je oefent.”

Hugo Matthysen is kort en krachtig: “veel schrijven en veel schrappen. Hou het simpel.”

Eenvoud kan ook Luc Deflo wel bekoren. “Minder is meer”, is hij van mening. “Proberen uit te pakken met je enorme vocabulaire is één van de grootste fouten die je kan maken. Zo verlies je namelijk de aandacht van je lezer. Om je lezer echt in je verhaal te zuigen, probeer je wat je te zeggen hebt zo eenvoudig en functioneel mogelijk te verwoorden.”

Ten slotte geeft Dirk Bracke nog het volgende mee: “laat wat je geschreven hebt enkele weken liggen en herlees het dan nog eens. Je zal merken dat je je verhaal in een heel ander daglicht kan stellen.”

De boekenbeurs, gecoverd

Vaak kan je bij thrillers een welgemikte gok doen of er al dan niet een gruwelijke moord gepleegd is zonder ooit een letter van het boek te lezen. Ook een doorsnee chicklit of kookboek kan iedereen in een oogopslag herkennen. Wie op zoek is naar een meer unieke cover, kan op de Boekenbeurs evenzeer zijn hartje ophalen. Wij zoeken enkele geslaagde exemplaren.

Belgische eenvoud

Zo presenteren Sergio Herman, Peter Goosens en Roger Van Damme twee boeken met toprecepten die, zoals de titel aankondigt, stap voor stap worden uitgelegd. In plaats van een leuke foto en wat kookgerei op de flap te plaatsen is gekozen voor twee levendige typografische ontwerpen.

Uitgeverij Davidsfonds pakt uit met twee niet-alledaagse woordenboeken. In De Vlaamse gemeentenamen kan je voor elke gemeentenaam een betrouwbare verklaring opsnorren terwijl je in het Brabants etymologisch woordenboek dan weer de herkomst van woorden als ‘kierewiere’ en ‘sebbedezeke’ kunt vinden. Wat de boeken echt bijzonder maakt, is hun omslag. Geen drukke illustratie of een landsvlag, maar een aantrekkelijke en toch sobere lay-out.

Overzeese originaliteit

Hoewel onze Engelse buren met hun boekenreeksen aan een lange traditie vastzitten (zoals bijvoorbeeld de Penguinreeks) vallen er ook op de stand van Sterling Books heel wat bijzondere covers te rapen. Deze sciencefictionreeks van Simon Morden bijvoorbeeld. De optische illusies op de boekomslag zijn geïnspireerd op Mordens hoofdpersonage die fysicus en wiskundige is. De fluorescerende ruggen met de zwart-wit voorzijde maken deze reeks tot een pareltje in je boekenkast.

Iets verder op de stand is ook dit boek te bespeuren. De sanseveria op de Vlaamse cover die bij menig boekverslinder in het geheugen gegrift staat, brengt enige aarzeling teweeg, maar dit is wel degelijk De helaasheid der dingen. Voor de cover van de Engelse versie heeft men aangebeld bij Slinkachu, bekend van zijn Little People Project, die met deze cover zijn allereerste boekomslag te pakken heeft. Hoewel de beide versies een totaal andere gevoelswaarde hebben, bieden ze alle twee een passend en aanlokkelijk beeld.

De uitgeverij die echter boven alle andere stands op de Boekenbeurs uitsteekt, is Luster. Zij brengt een voorraad aan kunst- en sportboeken, het laatste vooral voor de VRT. Het is opvallend dat op deze stand aan elke cover zorgvuldig is gewerkt. Vele, zo niet alle, sportboeken geven een sterke présence en de resterende boeken brengen een frisse kijk op omslagontwerp zonder al te veel poespas.

Eén boek mist er nog in dit verslag: De vroolijke tocht van fotograaf Michiel Hendryckx. Dat boek behoorde dit voorjaar tot een van de bekroonde boeken in de Juryprijs voor De Best Vormgegeven Boeken. Het boek was op de Boekenbeurs, je raadt het al, helaas uitverkocht.

Loading next page

Hang on tight while we grab the next page